Een carport bouwen is een haalbaar doe-het-zelf-project dat je auto beschermt tegen regen, hagel en vorst, zonder de kosten en moeite van een volledige garage. Of je nu kiest voor een vrijstaande constructie of een aanbouwcarport tegen de gevel van je huis, het principe is hetzelfde: een stevige fundering, rechtopstaande palen en een waterdicht dak. In dit artikel lees je hoe je dat aanpakt, waar je rekening mee moet houden en wat de valkuilen zijn.
Vrijstaand of aanbouw: kies eerst je type carport
Voordat je begint met bouwen, beslis je welk type carport het beste past bij je situatie. De twee meest voorkomende varianten zijn de vrijstaande carport en de aanbouwcarport. Bij een vrijstaande carport staan alle palen zelfstandig op de grond. Bij een aanbouwcarport leunt de constructie tegen de muur van je huis of garage. Die muur neemt dan een deel van de dragende functie over, wat materiaal en kosten scheelt.
Een aanbouwcarport past goed als je oprit direct naast de gevel ligt. Je hebt minder palen nodig (vaak twee in plaats van vier) en de constructie is iets eenvoudiger te bouwen. Nadeel: je maakt een doorvoer of bevestiging aan je gevel, wat aandacht vraagt voor vochtdichtheid. Controleer ook of je gevel sterk genoeg is voor de extra belasting, zeker als er sneeuw op het dak kan liggen.
Vergunning aanvragen: wanneer is dat nodig?
Niet elke carport heeft een omgevingsvergunning nodig. In Nederland geldt dat een carport vergunningsvrij gebouwd mag worden als de constructie voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet de carport in het achtererfgebied staan, maximaal 5 meter hoog zijn en mogen de bijgebouwen samen niet meer dan een bepaald oppervlak beslaan. De exacte regels staan in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en kunnen per gemeente verschillen.
Staat je carport aan de voorzijde van het huis of langs de openbare weg? Dan is in de meeste gevallen wél een vergunning nodig. Vraag dit altijd na bij je gemeente voordat je begint. Een carport die zonder de benodigde vergunning is gebouwd, kan in het ergste geval afgebroken moeten worden.
Materialen voor je carport
De populairste materialen voor een carport zijn hout, aluminium en staal. Elk heeft zijn eigen voor- en nadelen.
- Hout ziet er warm en natuurlijk uit, is goed te bewerken en relatief betaalbaar. Nadeel: je moet het regelmatig behandelen met beits of verf om het te beschermen tegen vocht en rot.
- Aluminium is roestvrij, licht van gewicht en vrijwel onderhoudsloos. Het is doorgaans duurder dan hout, maar gaat tientallen jaren mee zonder bijzondere verzorging.
- Staal is sterk en geschikt voor grotere overspanningen. Verzinkt of gepoedercoat staal is goed bestand tegen weer en wind, maar zwaarder om te verwerken.
Voor het dak kun je kiezen uit polycarbonaat platen (licht doorschijnend, licht van gewicht), metalen dakplaten of dakpannen. Polycarbonaat is populair omdat het goedkoop en eenvoudig te monteren is, maar heeft een kortere levensduur dan metaal of dakpannen.
Carport bouwen: de stappen op een rij
Hieronder vind je een praktisch stappenplan voor het bouwen van een aanbouwcarport van hout. De stappen voor een vrijstaande carport zijn vergelijkbaar, maar je plaatst dan palen aan alle vier de hoeken.
- Maak een tekening en bereken de afmetingen. Een standaard carport voor één auto is ongeveer 3 bij 5 meter. Voor een SUV of bestelwagen reken je beter op 3,5 bij 5,5 meter. Houd rekening met voldoende hoogte voor het openen van het autodak of dakdragers (minimaal 2,2 meter, liever 2,4 meter).
- Markeer de paalposities. Gebruik hoekijzers en een waterpas om de posities nauwkeurig uit te zetten. Controleer of alles haaks staat door de diagonalen te meten: die moeten gelijk zijn.
- Maak de fundering. Graaf op iedere paallocatie een kuil van minimaal 60 centimeter diep, bij voorkeur dieper dan de vorstgrens (in Nederland ongeveer 80 centimeter). Vul de kuil met betonmortel en plaats een paalvoet of stel de paal direct in het beton, recht en op hoogte.
- Wacht op het uitharden van het beton. Afhankelijk van het type beton duurt dit één tot drie dagen. Ondersteun de palen in de tussentijd met schoren.
- Bevestig de gordingen en de muurplaat. Bij een aanbouwcarport schroef je een muurplaat vast aan de gevel (gebruik pluggen en schroeven die geschikt zijn voor metselwerk). Hierop rusten de daksporen. De gordingen verbinden de palen aan de voorzijde horizontaal met elkaar.
- Monteer de daksporen. Deze liggen schuin tussen de muurplaat en de voorgording en geven het dak zijn helling. Een minimale helling van 5 graden is aan te raden voor goede waterafvoer; bij polycarbonaat adviseren fabrikanten vaak minimaal 10 graden.
- Leg de dakbedekking. Bevestig de polycarbonaat platen of metalen dakplaten op de sporen, begin aan de onderkant en werk naar boven. Gebruik de bijbehorende schroeven met afdichtingsdopjes om lekkage te voorkomen. Dek de overlappen altijd af met de bijgeleverde afsluitprofielen.
- Controleer op lekkage en behandel het hout. Spuit water op het dak en controleer of alles goed afvoert. Behandel alle houten onderdelen daarna met een schimmelwerende houtbeits of grondverf plus aflak.
Veelgemaakte fouten bij het bouwen van een carport
De fundering te ondiep aanleggen is de meest voorkomende fout. Bij vorst kan de grond bewegen, waardoor palen gaan verzakken of scheef komen te staan. Graaf altijd dieper dan de vorstgrens en gebruik voldoende beton.
Een andere valkuil is een te kleine dakoverhang. Hoe meer het dak uitsteekt aan de zijkanten en voorzijde, hoe beter je auto beschermd is tegen regen en laagstaande zon. Reken op minimaal 30 tot 50 centimeter overhang aan alle kanten.
Tot slot: let op de windbelasting. Een carport met een open constructie vangt minder wind op dan een gesloten gebouw, maar bij harde wind kan het dak toch flink belast worden. Gebruik voldoende verbindingsmiddelen en kies voor gegalvaniseerde of roestvaste schroeven en beugels.
Met een goede voorbereiding, de juiste materialen en aandacht voor de fundering is een carport bouwen voor de meeste doe-het-zelvers goed te doen in een weekend of twee. Zorg dat je vóór de eerste spade in de grond gaat de vergunningssituatie hebt gecheckt, want dat voorkomt achteraf een hoop gedoe.
